Evensong - gedachtenis Gino Mattheeuws

Met een traan en een lach kwamen we zaterdagavond 12 september samen in de Goede Bijstandskerk in Brussel om pastor Gino te herdenken. Het was hartverwarmend dat zovele mensen deelnamen aan deze ‘evensong’. We zongen prachtige liederen en luisterden naar inspirerende teksten. We waren in de uitstekende handen van pastors Johnny en Tijmen die samen voorgingen. “Licht dat ons aanstoot in de morgen” en zegenlied “God zal met je meegaan”, twee liederen die Gino ons met zijn gouden stem aanleerde, werden intens en in grote verbondenheid meegezongen. Het slotlied “Blijf mij nabij, wanneer het avond is” was een krachtige apotheose. Ik hoop dat we dit nog vaak zullen zingen.

De mijmering van Rudi aan het slot van de gedachtenisviering voor Gino maakte op allen een diepe indruk. “Wanhoop is misschien wel het dieptepunt maar niet het eindpunt”, sprak Rudi. “Hoop, geborgenheid en dankbaarheid zijn de hoekstenen van mijn geloof”, getuigde hij. “Laat ons Gino’s droom realiseren en de Paulusgemeenschappen doen leven”, riep hij op. Met verwijzing naar Gino’s wijdingsspreuk, “Ik zal er zijn”, besloot Rudi: “God en Gino zullen met ons meegaan! “Ik zal er zijn, is Zijn naam””. Hartelijk dank, Rudi, voor jouw inspiratie, sterk verwoord en met een opdracht voor ons allen!

Het was een zeer indrukwekkend, verbindend en troostend samenzijn. Na afloop dronken we een glas. In de kerk en in de stad. 

Jurian

Preek Tijmen

Preek Tijmen

8 september 2025. Het was een maandagvoormiddag, toen jij mij Rudi, een berichtje stuurde. Of ik je terug wilde bellen, want je moest mij triest nieuws brengen over Gino. Ik verstijfde van de schrik. En toen ik eenmaal van je hoorde wat de situatie was, transformeerde de schrik in verdriet. Niet alleen bij. Ja, een diep verdriet raakte ons allen. De dagen die daarop volgden waren intens. Er werden vele kaarsen gebrand. We bevonden ons tussen hoop en wanhoop. Enerzijds de hoop dat Gino zou ontwaken en terug onder ons zou zijn. Wellicht heeft u een toen ook wel gedacht: Wat zou ik dan tot hem willen zeggen? Hoeveel we om hem geven? Laat ons nooit meer zo schrikken hoor Gino! Dat was een troostende gedachte. Anderzijds was er de wanhoop. Was dit het dan Gino? Kom je niet meer terug? Waar ben je nou? Gino kwam inderdaad niet meer terug, maar hij overleed op 12 september om 15:04.

Laat mij helder zijn: het overlijden van Gino had in se geen enkele zin. Het feit dat hij zo plotseling uit ons leven werd weggerukt had an sich geen doel of betekenis. Daarentegen was het een enorm pijnlijke en verdrietige gebeurtenis. Het einde van een prachtig persoon die zoveel liefde in zich droeg en zoveel voor mensen betekende. Zulk een overlijden kan toch nooit gekwalificeerd worden als “zinvol”? Nee, dat kan niet. En daar moeten we eerlijk in zijn. Ja, dat mogen wij hardop tegen elkaar zeggen. Echter is het dan de kunst om niet in de zinloosheid van de gebeurtenis te verzinken, maar om te heroriënteren. Heroriënteren betekent niet dat Gino losgelaten, achtergelaten of genegeerd moet worden. Daarentegen betekent heroriëntatie dat zijn aanwezigheid in ons leven herdacht moet worden. Hoe denk ik Gino? Hoe herinner ik mij hem? Wat betekent zijn afwezigheid of juist zijn aanwezigheid voor mij? Hoe neem ik hem mee?

Het thema van deze evensong is “ik zal er zijn”. Zeer toepasselijk was dit de wapenspreuk van Gino op zijn priesterwijding. Woorden die hun inspiratie vonden uit het boek Exodus. Het waren de woorden die God sprak tot Mozes als antwoord op de vraag wat zijn naam is. Ook waren het de laatste woorden van de aardse Jezus tot zijn leerlingen in het Mattheüs-evangelie. “Ik zal er zijn.” Deze woorden van Jezus volgen direct op zijn verrijzenisverhaal, hetgeen wij lazen op de uitvaart van Gino. Dat kan geen toeval zijn. Wij lazen toen over het lege graf en de woorden van de engel tot Maria Magdalena: “Hij is hier niet, want Hij is opgestaan.” De lezing van vandaag kleurt de lezing van de uitvaart verder in, namelijk verrijzenis is “er zijn”. Het overlijden transformeert de dood tot een aanwezigheid, weliswaar rationeel en empirisch gezien volstrekt anders dan een aardse aanwezigheid, maar toch: er is. Alleen bevindt die aanwezigheid zich niet aan de oppervlakte van het bestaan. Het is zoeken zoals onder meer de Handelingen van de Apostelen daarvan getuigen. Zowel Mozes als de leerlingen zochten, alhoewel in context van elkaar verschillend, naar de betekenis van de aanwezigheid Gods in hun leven. 

In het verlengde van hun zoektocht zijn wij vandaag hier bijeengekomen: zoekend naar Gods troostende aanwezigheid. Zoekend naar betekenis. Naar een mooie herinnering, een warm gevoel, een traan, verbondenheid, het samenzijn en zingen. Hoe dan ook, het zijn allemaal manieren om betekenis te geven aan een tragische en verdrietige gebeurtenis. In deze zin is het niet enkel God of Jezus die vandaag tot ons spreekt: “Ik zal er zijn.” Geschapen als mens naar Zijn evenbeeld en opgenomen in Zijn eeuwig mysterie is het ook Gino die vandaag die woorden tot ons spreekt. In zijn aardse leven zijn deze woorden met zijn wijding al tot een “lijfspreuk” gemaakt. Met het overlijden is zijn lijfspreuk tot zijn “amen” geworden; zijn voleinding; zijn zin. 

“Amen”. Een woord dat wij zo dikwijls gebruiken. “Amen” is het allerlaatste woord van Jezus in het Evangelie zoals Mattheüs dat opschreef. Niet als een afsluiting van zijn aanwezigheid op aarde of een korte bevestiging van hetgeen hij de jaren van Zijn openbaring gesproken heeft. “Amen” is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord “aman” (אָמַן), dat in grote lijnen zowel bevestigen/verzekeren als geloven/vertrouwen kan betekenen. Twee tegenpolen dus. Een tegenstelling die realiteit voor ons is in periodes rouw. Verzekerd zijn van de aanwezigheid van Gino, momenten die daaraan doen twijfelen en vervolgens omslaan in vertrouwen op zijn aanwezigheid. Het “Amen” van vandaag bevindt zich in het midden van de tegenstelling: iets in de zin van “laat het zo zijn” of “laat het zijn”. In die zin is “amen” een opening tot een nieuwe betekenis van de aanwezigheid van Gino in ons leven. Een aanmoediging in onze zoektocht.

8 september 2026. Dat was afgelopen dinsdag. Dit jaar appte ik jou Rudi. Over hoe het ging deze dagen. Zwaar. Ja, dat was het. In die zwaarte deelde ik dat ik die avond naar de Stadsschouwburg van Amsterdam ging. Naar een theatervoorstelling van het ITA-ensemble, een van de favoriete toneelensembles van Gino. Een manier om betekenis te geven aan zijn overlijden de verrijzenis indachtig. Vlak voor de voorstelling sprongen in mijn hoofd plots de woorden “ik zal er zijn” op. Laat ons “amen” op Gino’s overlijden en verrijzenis geen punt zijn. Moge het een opening zijn tot een zoektocht naar betekenis in welke vorm dan ook. Laat hem zijn, geschieden, leven. “Ik zal er zijn”. Amen.

Tijmen

Mijmering Rudi

Mijmering Rudi

Lieve mensen. Bedankt om hier vanavond aanwezig te zijn op deze gedachtenisviering voor Gino.

Het thema van deze Even Song is “Ik zal er zijn”, naar Gino’s wijdingsspreuk. In de eerste dagen na Gino’s hartstilstand en dat hij op “intensive care” kunstmatig in leven werd gehouden, heb ik me echter vaak de vraag gesteld “ah ja, en waar ben jij dan nu, God?” Op het moment dat ik Hem het meeste nodig had, gaf Hij niet thuis. In die dagen gaf het geloof mij absoluut geen troost. Wanhoop, pure wanhoop was nog alles dat ik voelde.

Een paar dagen later zag ik echter het kruisbeeld in ons appartement en hoorde ik Christus’ wanhoopskreet. Ook hij voelde zich volledig verlaten door God, zijn Vader. Wanhopen maakt dus evengoed deel uit van ons geloof (en is er niet de negatie van).  En bijgevolg dat ook in de diepste wanhoop, God aanwezig is. Wanhoop is misschien wel het dieptepunt maar niet het eindpunt. En dus, het is het begin naar de Hoop.

Met Gino in mijn rugzak ben ik op weg gegaan. Maar hoe ziet dat pad van de Wanhoop naar de HOOP eruit? Als ik nu, twaalf maanden later, een tussentijdse status opmaak, dan sta ik hier vandaag omdat mijn pad van de HOOP in het licht baadt van de zegening die op Gino’s gedachtenisprentje is afgedrukt. Die zegening is mijn geloofscredo geworden omdat ze op zeer concrete wijze aangeeft hoe God aanwezig komt in mijn, in jouw, in ons leven. Het is mijn baken in deze ontij, de hoop in mijn hart en het woord dat mij voorgaat.

Maar ik kon maar vooruit geraken omwille van de vele handen van oude en nieuwe bekenden, die mij spontaan een duwtje in de rug gaven. Ja, mijn pad van de HOOP is geplaveid met tegels van geborgenheid: de blijvende telefoontjes en whatapps-berichtjes, de vele babbels tijdens een onverwacht bezoekje, een etentje, bij een concert of na een misviering, alsook de lange gesprekken op een terras, tijdens wandelingen in de bergen, of op het strand: ze hebben er allemaal voor gezorgd dat ik me geborgen en gedragen voelde. Het waren voor mijn de handen op mijn hoofd en de armen om schouders.

Op zo’n momenten voelde ik dat Gino niet langer is mijn rugzak zat, maar meekeek vanop mijn schouder en dan wist ik, “dit zit goed!” En als hij dan op een onverwacht moment terug in de rugzak dook omdat het verdriet weer eens te groot werd, dan waren er altijd weer die uitgestoken handen van mijn drie engelbewaarders die mij er terug bovenop trokken. Telkens opnieuw.

“Ik zal er er zijn” is Zijn belofte. “Hoop” en “Geborgenheid” is de concrete vertaling geworden. Ik kan daar alleen maar mijn “Dankbaarheid” tegenover zetten. “HOOP”, “GEBORGENHEID” en “DANKBAARHEID” : de hoekstenen van mijn geloof, nu. Ja, ik heb de kracht van het geloof mogen ervaren als “mensen elkaar dragen in Gods naam”.

Toen Gino mij voor het eerst zijn idee van de Paulusgemeenschappen uiteenzette, was ik meteen enthousiast omdat het voor mij een oplossing bood op de vraag hoe de Nederlandstalige pastoraal in Brussel er zou uitzien. Ik begrijp nu dat voor Gino de Paulusgemeenschappen niet alleen een toekomstvisie was maar de concrete invulling van zijn kerkvisie die hij al in zijn wijdingsspreuk, nu 32 jaar geleden, heeft verwoord. Immers, het was zijn overtuiging, gestoeld op een degelijk theologische onderbouw, dat de Nederlandstalige pastoraal in Brussel maar kon overleven en uitgroeien tot een levende gemeenschap als ze gedragen werd door leken. In die zin is de basisgedachte van de Paulusgemeenschappen niets anders dan “mensen die mekaar dragen in Gods naam”. 

Dat is de erfenis die Gino nalaat aan zijn Brusselse gemeenschap die hem zo dierbaar was en waar hij zich thuis voelde. Laat ons zijn droom realiseren en de Paulusgemeenschappen doen leven. En nu Gino niet langer fysiek bij ons is, zullen we ook op zoek moeten gaan naar nieuwe trekkers en bezielers. Da’s geen gemakkelijke opdracht maar we hebben nog 4 jaar tijd voordat alle huidige Paulus-voorgangers met pensioen zullen zijn. Ik ben er zeker van dat zij ons in deze zoektocht zullen helpen. En oh ja, God en Gino zullen met ons meegaan! “Ik zal er zijn, is Zijn naam”.

Rudi

Evensong 1
Evensong 2
Evensong 3
Evensong 4
Evensong 5
Evensong 6
Evensong 7
Evensong 8

Recent nieuws