“Er kan maar één ervaring van God zijn”

In Europa wordt vaak gedacht dat het boeddhisme geen god kent. Peter Baekelmans weerlegt dat in zijn boek De verborgen god van het boeddhisme. Die onzichtbare god is de dharma, wat onder meer staat voor het mysterie van de leegte en de onderlinge verbondenheid van alles.

 Ludwig De Vocht

 wo 18 feb. 2026

“De leegte waarover niets gezegd kan worden en die alleen ervaren kan worden, vormt samen met de notie dat alles met alles verbonden is de beide zijden van dezelfde munt”, merkt Peter Baekelmans op. De scheutist verbleef jarenlang als missionaris in Japan, waar hij zich toelegde op de studie van het esoterisch boeddhisme en waar hij diepgaande ervaringen opdeed met verschillende stromingen in het boeddhisme. “De dharma is wat voor hen God is. Dat kun je niet ten volle uitdrukken, want van het moment dat je er iets over zegt, zeg je eigenlijk niets meer.” 

Mystiek
Hij begeeft zich daarmee op het terrein van de mystiek en beaamt dat de mystiek de ontmoetingsplaats is tussen de verschillende religies. “Je moet volledig daarin gaan staan. Het is in die mystiek dat religies elkaar kunnen vinden. Ik merk dat ik bij niet veel anders ben uitgekomen dan wat theoloog Nicolaas van Cusa vijf eeuwen geleden al dacht: we zijn verbonden in de God die we niet kunnen uitspreken. Als christenen zijn we zo gewoon om Jezus als onze God te zien dat Hij voor ons God is. Maar de theologie heeft altijd beweerd dat we God niet volledig kunnen kennen. De islam noemt God bij 99 namen, geen honderd, want die heeft Hij nog niet gegeven. Wat ik geleerd heb, is dat we niet alleen moeten spreken over de God die geopenbaard is, maar ook over God die niet geopenbaard is. Niet alleen in de dialoog met andere religies, maar ook in ons eigen geloof. Dat is het mooie van het boeddhisme: het puur mystieke denken over God, over dharma.”

Uitgangspunt
“De bewering dat het boeddhisme geen god kent, is in het esoterisch boeddhisme gemakkelijk te weerleggen. De uitdaging is dat voor het geheel van het boeddhisme te doen, want het boeddhisme kent veel concurrerende sektes en het ligt niet voor de hand dat te overzien. Toen ik in 2018-2019 aan dit boek begon, wist ik nog niet wat hen allemaal verbindt. Mijn uitgangsidee was dat er wel degelijk een god is in het boeddhisme. Dat was een vrij polemische stelling volgens vrienden die de eerste, korte versie van het boek hadden gelezen. Ik heb die kritiek dan ook gebruikt om verder uit te werken.” 

Woordgebruik
“Mijn basisgedachte daarbij was: als voor ons God bestaat en universeel is, moeten boeddhisten ook een ervaring hebben van God. Maar over welke ervaring gaat het en welke woorden gebruiken zij dan? Zij hebben immers een andere cultuur, traditie en geschiedenis. Je moet dan natuurlijk nagaan of hun woorden overeenkomen met wat wij als God beschouwen. In die zin is De verborgen god van het boeddhisme een theologisch boek. Het woord ‘god’ is in Japan geen probleem. De vraag is alleen of zij hetzelfde denken als ze over ‘god’ spreken als wij. Ze gebruiken gemakkelijk het woord shinbutsu, ‘God-Boeddha’. Maar dan hebben ze het veelal over de god van de shintoïsten. Als je in Japan met boeddhisten praat, kom je ook vaak het woord kami of ‘god’ tegen. Het probleem is dat zij vele goden hebben, of kamigami.” 

Diepgravend
De verborgen god van het boeddhisme graaft bijzonder diep, wat niet verwonderlijk is, gezien Baekelmans’ studies. “Ik heb het esoterisch boeddhisme leren kennen aan de Koyasan University, het hart van het esoterisch boeddhisme in Japan. In die traditie wordt gesteld dat de Boeddha altijd preekt vanuit het diepste van zijn lichaam. Naast zijn historisch lichaam en zijn miraculeus lichaam wordt namelijk gewag gemaakt van zijn diepste, essentiële lichaam en dat is het dharmalichaam.”

 “Het woord ‘god’ is in Japan geen probleem.”

“Ook in onze traditie spreekt God, maar we horen het niet altijd en we moeten ernaar leren luisteren. Wij gebruiken het gebed, anderen meditatie om te leren luisteren. Dat ligt heel dicht bij elkaar”, oordeelt Baekelmans, die gespecialiseerd is in de theologie van de religies. “Ik heb dat gestudeerd aan het Nanzan Institute, dat is opgestart door onze confraters Jan Van Bragt en Jan Swyngedouw. Het is de bedoeling de religies te begrijpen in hun godsdenken, hun theologisch denken. Op die manier begrijp je hoe dat denken aansluit op ons godsbeeld.”

Sacramenten
“Mijn doctoraat ging over de sacramentologie van de religies, om aan te tonen dat er ook sacramenten zijn in andere religies. De vraag was evenwel of we wel over ‘sacramenten’ kunnen spreken, want voor ons zijn die gebaseerd op het geloof in Jezus. Dat is essentieel. Ik ben dan uitgekomen op de term ‘mystieke riten’: riten die gebaseerd zijn op een mystiek met een bepaalde godheid en op een mystieke kracht. Als je die uitvoert, gebeurt er iets met een mystiek doel: het moet dienen voor de verheerlijking van de mensheid”, verduidelijkt Baekelmans, die stelt dat zijn aanpak altijd fenomenologisch is. “Je gaat in de ervaring van die andere tradities en je probeert van daaruit te begrijpen. Daarom heb ik ook de opleiding tot boeddhistisch priester gevolgd, zonder evenwel de laatste initiatie, want dan bén je boeddhistisch priester.” 

Sleutels
“Initiaties zijn geheim, daarom is het heel moeilijk om in het esoterisch boeddhisme binnen te raken als outsider en als leek. Verschillende initiaties gaan gepaard met een bepaald ritueel. Het is alsof je een sleutel krijgt om een deur te openen. De eerste initiatie is het leggen van een band met de grote Boeddha. In Koyasan is die grote Boeddha verbonden met Kukai, de stichter van hun esoterische traditie, die voor hen een stuk Boeddha is, zoals wij geen verschil maken tussen Jezus en God. De laatste deur zou de transmissie van de dharma geweest zijn. Je mag dan spreken over de dharma en je mag anderen initiëren in het geloof. Je kunt dus beginnen als priester. Daarna heb je nog andere initiatieniveaus om leraar, goeroe of acarya (spiritueel leraar, red.) te worden. Elke initiatie is telkens een stukje een mysterie waar je steeds dieper ingaat.”

Icoontje
“Het is de leraar die bepaalt of je klaar bent voor de volgende initiatie. Leraren zien hoe ver je staat in de riten of hun sacramenten. Daarbij staan drie mysteries centraal: mantra, mudra en mandala. Je zegt een bepaalde mantra of heilige woorden, leert een bepaalde rituele handpositie of mudra en je concentreert je op een tekening of een boeddhabeeld. Je houdt je positie, je herhaalt het woord en je kijkt naar dat beeld. Die drie elementen moeten één worden in de ervaring van meditatie. Ik heb voor die oefeningen een speciale toelating gevraagd om een icoontje van Maria met het kindje Jezus te mogen gebruiken. Ik heb als katholiek niet zo veel connectie met de Boeddha maar wel met Maria en Jezus.” 

“Ik heb pas na zeventien jaar aan mijn zenleraar durven vragen hoe hij God ziet.”

“Ik heb lang gezocht naar een vertaling naar onze cultuur van wat ik met de riten geleerd heb bij de esoterisch boeddhisten. Wij kennen bijvoorbeeld de adoratie van het Heilig Sacrament voor de hostie in een monstrans. Je doet enkele rituelen, zit dan stil om het lijden van Jezus en zijn leven te verinnerlijken. Je probeert je daar één mee te maken. In het esoterisch boeddhisme komt dat overeen met de meditatie op de volle maan, een witte cirkel tegen een zwarte achtergrond. De uitdaging voor wie mediteert bestaat erin die witte vlek in gedachte te recreëren. Die witte vlek is de leegte en die representeert de dharma. De visualisatietechniek is essentieel in het esoterisch boeddhisme. Daarnaast bestaat er een meditatie op de Sanskrietletter voor ‘A’, de letter die voor ‘niet’ staat, dus ook voor leegte.”

Eén ervaring
“Als theoloog was voor mij de diepste vraag: hoe zien zij God? Ik heb pas na zeventien jaar aan mijn zenleraar durven vragen hoe hij God ziet, aan mijn shingonleraar na tien jaar. Ik kon voelen dat die vraag moeilijk lag, want ze kunnen niet zomaar zeggen dat er een god is in het boeddhisme. Maar vlakaf zeggen dat er geen god is, gaat ook niet. De zenleraar heeft dat opgelost door te zeggen: ‘Als er een ervaring is, kan er maar één ervaring van God zijn’”, herinnert Baekelmans zich. “Na een maand zenretraite had ik het idee ooit een plaats te creëren waar mensen van verschillende tradities mogen proeven: de rozenkrans, de zenmeditatie, de yoga, de dansende derwisjen. Dat om te kunnen proeven waar zij hun mystieke ervaringen halen”, aldus de man die in het missiehuis van Scheut in Anderlecht mee het project van het Erfgoedhuis Scheut in goede banen leidt (zie Tertio nr. 14 november 2025). Baekelmans vindt het belangrijk open te staan voor alle religies en respect te durven opbrengen voor andersgelovigen. Misschien kan hij zijn droom in dat project verwezenlijkt zien.

Peter Baekelmans, De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme, Garant, 2024, 271 blz.  Bestel via depeerle@telenet.be.

 

Bio

Pater Peter Baekelmans CICM (1960) is priester-missionaris met een grote liefde voor oosterse religies. Hij studeerde in Leuven, Zwitserland en Japan, waar hij een licentiaat in boeddhistische  studies en een doctoraat in Theologie van Religies behaalde. Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan en was van 2016 tot 2021 in Rome directeur van SEDOS, een studie- en documentatiecentrum voor missie wereldwijd. Sinds 2022 is hij medeverantwoordelijk voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij was gastprofessor aan de KU Leuven en UCLouvain. 

Pastor Peter Baekelmans schreef een boek met als titel: De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme. Over dit boek verscheen een artikel in Tertio (foto: © Kurto Gensou, artikel:  Ludwig De Vocht  wo 18 feb. 2026)

 

Recent nieuws