Doopvont
We hebben net het hoogfeest van Pasen gevierd. We ontstaken de nieuwe paaskaars en wijdden het doopwater en hernieuwden onze doopbeloften. Er waren ook heel wat dopen tijdens het afgelopen paasweekend. Het aantal volwassen kandidaat-dopelingen in de katholieke Kerk in België blijft opvallend toenemen. Dit jaar waren het er 689, driemaal zoveel als een tien jaar terug en bijna 30 % meer dan vorig jaar. Zo’n 150 in Brussel. Een ideale aanleiding om ook over de doopvont iets te zeggen. Elke kerk heeft er eentje, soms imposant en al eeuwen op een vaste stek, anderen zijn klein en verplaatsbaar. Ik neem u nog eens mee terug naar de Onze-Lieve-Vrouwkerk in Dendermonde waar een prachtig Romaans exemplaar staat. Ze is gemaakt uit Doornikse kalksteen in de 12de eeuw. Naast de gebruikelijk symbolische voorstellingen in verband met het doopsel zijn er ook twee friezen die de belangrijkste momenten uit het leven van de apostel Paulus voorstellen: zijn bekering en zijn opname in de gemeenschap van de apostelen. De oostelijke fries toont Saul die op weg naar Damascus door Gods bliksem wordt getroffen, de doop van Saulus en Paulus en Petrus aan de poorten van het Hemelse Jeruzalem. De noordelijke fries verbeeldt de opname van Paulus als apostel. En dat is vrij uitzonderlijk omdat Paulus niet tot de twaalf behoorde. Deze doopvont is dus uniek. Samen met het altaar verbindt de doopvont ons met twee sacramenten die ons doen leven: doop en eucharistie. Met het feest van de Verrijzenis krijgen ze alle aandacht. De verrijzenis blijft niet beperkt tot het feest van afgelopen zondag. Ze gaat verder telkens we op de eerste dag van de week rond zijn woord en zijn tafel samenkomen. Pasen vieren is een levenswerk, het duurt een leven lang. Het is nooit af! Aan ons om als verrijzenismensen te leven.
Pastor Guido
Krijg je de blog nog niet? Wens je de blog in je mailbox te ontvangen? Schrijf je dan hier in:
Voor de vroegere artikels kan je hier terecht