Op 18 en 19 mei kwamen de pastorale verantwoordelijken van Brussel bijeen in Drongen. Jaarlijks worden de pastores van de Paulusgemeenschappen, de verantwoordelijken van de Franstalige pastoraal en een groep priesters die verantwoordelijk zijn voor diverse taalgemeenschappen door Kanunnik Tony Frison, bisschoppelijk vicaris voor Brussel, en zijn adjunct Marie-Françoise Boveroulle uitgenodigd om te werken rond een bepaald thema. Dit jaar was het onderwerp van de bijeenkomst een werkdocument geschreven door Mgr. Terlinden: “Jullie zullen mijn getuigen zijn”, en de manier waarop dit in de praktijk kan worden gebracht.
Een document om van principes naar de praktijk te gaan
In zijn inleiding herinnerde Tony Frison eraan dat deze sessie aansluit bij die van 2024 en 2025, twintig jaar na de brief van kardinaal De Kesel. Het gaat niet langer alleen om het herstructureren van de structuren, maar om het concentreren op de missie. Mgr. Terlinden presenteerde vervolgens het document dat hij wilde verankeren in de Handelingen van de Apostelen. Wat hem bezighoudt, is niet zozeer het uitwerken van nieuwe principes als wel de concrete vertaling ervan in de praktijk. “Er is niets nieuws sinds Pinksteren”, zei hij. “Het is het werk van de Heilige Geest dat ons verrast. ” Hij benadrukte drie onlosmakelijk met elkaar verbonden pijlers: de boodschap, degenen die deze verkondigen, en degenen tot wie deze gericht is. Het evangelie verkondigen veronderstelt dat we dicht bij de ontvangers staan, dat we ons door hen laten verwelkomen, en dat we accepteren dat ook de armen ons evangeliseren.
Zich verhouden tot de eigen missie
De presentatie van de aartsbisschop werd gevolgd door een eerste gespreksmoment in de Geest. In kleine groepen werden de deelnemers uitgenodigd om zich te verhouden tot hun eigen missie, aan de hand van twee teksten: Handelingen 1,8 en een fragment uit het werkdocument waarin wordt herinnerd aan het feit dat “de missionaris in de eerste plaats degene is die zich bewust wordt van het werk van de Geest, in zichzelf maar ook in anderen. ” Drie vragen stuurden de gesprekken: welk woord of welke uitdrukking raakt mijn hart vandaag? Welke passages uit het document doen mijn hart branden, zoals bij de leerlingen van Emmaüs? En welke elementen verdienen het om verder uitgediept te worden voor een missionaire Kerk? Vervolgens werd in de plenaire vergadering gedeeld wat in de groepen was opgevallen.
De verrassingen van God: vier getuigenissen
Maandagavond deelden vier pastoraal werkers hun eigen weg. Een verantwoordelijke van een pastorale eenheid die twee keer nee zei voordat ze haar functie aanvaardde. Een priester die tijdens een pelgrimstocht naar Santiago de Compostella leerde om nooit een uitnodiging te weigeren. Een andere die uitgezonden werd om de Oekraïense gemeenschap in België te dienen, en die evenveel ontving als hij gaf. Een spiritan die niet van plan was priester te worden, en die tijdens een retraite deze zin over Jona hoorde: “God vindt ons uiteindelijk altijd terug op de weg die we hebben gekozen om Hem te ontwijken.” Niemand was waar hij had gepland te zijn. En allen vonden in die afwijking iets dat op een genade leek.
Hoe kunnen we het document lokaal in praktijk brengen?
De dinsdagochtend stond in het teken van een praktische vraag: hoe kunnen we de gelovigen in elke pastorale eenheid erbij betrekken? Uit de gesprekken kwamen verschillende ideeën naar voren: thematische werkgroepen, het document tijdens de zomer doorlezen, bijeenkomsten per decanaat, en het raadplegen van meer terughoudende mensen. Enkele deelnemers wezen erop dat de lengte van het document een echte uitdaging vormt. In verschillende groepen kwam een overtuiging naar voren: het gaat er niet om antwoorden te formuleren, maar om mensen in beweging te brengen. Het proces is even belangrijk als het resultaat.
Dienst Communicatie Vicariaat Brussel